Een pleidooi voor meer slow science - TPO Magazine
Logo

Meer dan 25 jaar ‘tijdelijk’ in hetzelfde ziekenhuis werken, is dat iets om trots op te zijn, om medelijden mee te hebben of om berustend je schouders over op te halen? Hoe kan je de flexwet zo lang omzeilen, maar vooral, waarom zou je dat willen?

Mijn onderzoeksgroep (Experimentele Cardiologie in het AMC) heeft een grote en lange traditie. Veel collega’s werken er ook al heel lang. Samen vormen we een groep die zich met de wereldtop kan meten, omdat iedereen een eigen specialisme heeft, als wetenschapper of als ondersteuning, en er goed wordt samengewerkt. Ik ben zelf na 25 jaar en 4 maanden onafgebroken tijdelijke aanstellingen (via wisselende werkgevers) nu even tijdelijk weg, omdat er niet vooruit gepland is. Daarnaast gaan een aantal sleutelfiguren binnenkort met pensioen of moeten misschien hun heil elders zoeken in verband met het verslechterde wetenschappelijke klimaat. Zij zullen vrijwel zeker niet worden opgevolgd. Daarmee wordt de hele groep en al onze kennis en ervaring op het moment bedreigd.

Wetenschappers die lange tijd met iets bezig zijn kosten nl. veel geld, dat maar gedeeltelijk uit externe financiering kan komen. In elk geval moet er geld achter de hand zijn voor als er eens een project niet gehonoreerd wordt. In feite kan je dan ook alleen maar langdurig onderzoek doen als je voldoende directe overheidsfinanciering hebt (in het jargon 1e geldstroom). Juist dat is de laatste jaren steeds minder geworden. Er is enerzijds, door de politiek, structureel geld onttrokken, om dat via een omweg als tijdelijke financiering van projecten terug te geven, liefst met een link naar het bedrijfsleven. Anderzijds zijn geldschieters, zoals collectebus fondsen en bovengenoemde projecten, gaan eisen dat de ontvangende partij ook een substantieel deel van de financiering bijdraagt. Daarmee leggen ze indirect een belangrijk deel van de besteding van de overgebleven 1e geldstroom vast.

Wie wel of niet een vaste aanstelling krijgt, wordt in de huidige tijd vooral bepaald door te kijken wie hoog scoort. Helaas zijn in de gebruikte numerieke waardering (citaties, h-factor,...) grote verschillen tussen vakgebieden. Mijn eigen vakgebied is de biomedische techniek. Dat is het vakgebied dat nieuwe medische apparatuur en technieken ontwikkeld. We werken aan alle organen en met allerlei soorten technieken. Wij zijn dus heel breed en inhomogeen, met numeriek in de literatuur een kleine impact. Mijn veld raakt aan de cardiologie, daar werken over de hele wereld tienduizenden cardiologen allemaal met dezelfde patiëntengroepen en ook met ongeveer dezelfde technieken. Als die een stuk publiceren is dat al gauw interessant voor duizenden collega’s. Als je dan gaat tellen hoe vaak een publicatie aangehaald wordt, dan scoren die artikelen dus vanzelf veel hoger. Zelfs als, en misschien zelfs wel juist omdat, dat onderzoek een kleine variatie is op iets dat al eens gedaan is.

Bedenk ook dat, vanwege de huidige manier van financiering, onderzoek met behoorlijke zekerheid binnen 4 jaar moet zijn uit te voeren en af te ronden door een AIO, zonder al te veel begeleiding. De hoogleraar heeft nauwelijks tijd, omdat die subsidieaanvragen moet schrijven en de overige vaste staf is gereduceerd en overwerkt. Dat betekent dat er geen specifieke voorkennis of ervaring nodig mag zijn en dat het ook niet erg is als eventueel verkregen ervaring weer verdwijnt. Verder moet het natuurlijk goed publiceerbaar zijn, dus moet het aansluiten bij wat andere groepen in de wereld doen.

Dat alles leidt tot wat misschien, analoog aan de culinaire wereld, het beste fast science genoemd kan worden. Met simpele, reproduceerbare recepten en resultaten.

Met af en toe eten uit snackbarren, fastfood ketens en afhaalchinezen kan je jezelf prima in leven houden. De culinaire wereld heeft daarnaast ook altijd de kleine restaurants gehad met een eigen wijninkoper, een toegewijde ober en een eigenzinnige kok, die vooral lokale producten wil gebruiken. Zodra die de markt uitgedrukt worden door de eenheidsworst hebben we een culinair en cultureel probleem.

Op zich is er net zo min iets mis met een hoogleraar die meer dan 100 artikelen per jaar schrijft. Zodra we echter gaan doen alsof dat dus een top-wetenschapper is, die meer recht heeft op geld dan iemand die fundamenteel onderzoek doet naar het mechanisme achter een ziekte die al tientallen jaren slecht begrepen wordt, dan is dat de bijl aan de wortel van de wetenschap.

De reden dat fast science zo’n grote vlucht neemt, is eigenlijk dezelfde als voor fast food, namelijk armoede. Er is te weinig geld voor echt innovatief onderzoek, dus besteden we het aan dat waarvan we weten dat we ‘waar voor ons geld’ krijgen. Veel vet en calorieën voor weinig geld dus. Dat dat weinig vitamines bevat en nauwelijks uitstraling heeft naar de locale middenstand nemen we op de koop toe.

Zie bijvoorbeeld ook het rapport ‘boven het maaiveld’ van de AWT, een schaamteloos pleidooi voor meer uniformiteit en meer geld voor de uitbaters van het wetenschappelijk equivalent van McDonalds, de FEBO en Pizzahut, omdat die door het binnenhalen van Europees geld bewezen hebben dat hun onderzoek voldoende ononderscheidbaar is van dat wat elders in deze wereld ook al wordt gedaan. Onderzoek waarvan het niet uitmaakt of je het in Amsterdam, Groningen, Berlijn of Hong Kong doet.

Het wordt weer tijd voor slow science. Goede onderzoekers én hun ondersteuning, moeten weer normale, vaste, contracten krijgen, waarmee ze expertise kunnen opbouwen en doorgeven aan de nieuwe generatie. Zodat we weer sterke onderzoeksgroepen krijgen met mensen die elkaar wederzijds steunen in plaats van beconcurreren en vliegen afvangen. Fast science kunnen we overlaten aan de Amerikanen, die hebben voldoende geld om daarnaast ook af en toe vernieuwend onderzoek te doen. Laten we in Nederland vooral óók Nederlands onderzoek doen en niet alleen genoegen nemen met internationaal onderzoek dat toevallig door Nederlanders gedaan wordt.

André Linnenbank is met 25 jaar 4 maanden de winnaar van de prijsvraag van het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten wie het langst in tijdelijke dienst van een universiteit is.


Beeld:
ANP BART MAAT

02-09-2014 10:44